Page content

Techniekbeschrijving van de Borstcrawl

De borstcrawl is een asymmetrische zwemslag, dit betekent dat beide armen om te beurt over het water gehaald worden. De armslag wordt ondersteund door de beenslag. Tijdens het zwemmen van de borstcrawl is het lichaam gestrekt en ligt het hoofd in het water. Om adem te halen moet het hoofd naar een van beide kanten gedraaid worden.

De bewegingsverloop tijdens het uitvoeren van de borstcrawl en de beschrijving van de techniek worden hier besproken.

Ligging in het water
Uitgangshouding: Je ligt zo gestrekt mogelijk op je buik net onder de waterlijn. Het hoofd ligt in het verlengde van het lichaam met het gezicht in het water.

De fasen van de borstcrawl-armslag
Een borstcrawl-armslag bestaat uit verschillende fases. De uitleg van de verschillende fases wordt ondersteund door onderwaterfoto's in zij-aanzicht en daarna door onderwaterfoto's in vooraanzicht.

Benieuwd naar de fasen van de borstcrawl-armslag? Lees verder!




Insteekfase

De hand wordt recht voor de schouder in het water gestoken. De arm is licht gebogen in de elleboog. Na het insteken van de hand wordt de arm gestrekt. Op de foto is dit te zien aan de linkerarm van de zwemmer.




Steun- of glijfase

De arm wordt na de insteek helemaal gestrekt. Het moment dat de hand ‘grip’ (het voelen van de waterweerstand) op het water krijgt, is te beschouwen als een relatief rustmoment in de armslag omdat dan even op de arm wordt gesteund.

Deze steun is belangrijk voor de stabilisatie en het evenwicht bij de inademing. Terwijl de arm steeds meer op het water drukt gaat de glijfase op ± 10 cm onder water over in de trekfase. Deze tekst correspondeert met met de linkerarm op de foto.




Trekfase

Nu begint de doorhaal om vooruit te komen. De bovenarm beweegt niet en hand plus onderarm worden omlaag gebracht, waardoor de elleboog geleidelijk buigt en naar buiten gaat wijzen. Wanneer de hand omlaag beweegt, gebeurt niet niet in een rechte lijn, maar de hand beweegt eerst verder van het lichaam af en daarna naar het lichaam toe. De hand komt tot aan de middellijn (de lijn die door je neus en je navel loopt) van het lichaam. Op de foto wordt dit geïllustreerd door de linkerarm van de zwemmer.




Overgang trekfase naar duwfase

Als de arm 90 graden gebogen is onder de schouder gaat de trekfase over in de duwfase (zie linkerarm op de foto).




Duwfase

De arm wordt nu snel gestrekt in de richting van de heupen. De handpalm blijft zo lang mogelijk naar achteren wijzen terwijl de arm zich steeds verder strekt (linkerarm op de foto).




Uithaalfase

De hand duwt nog na totdat hij zich bij het bovenbeen bevindt. Als de arm helemaal gestrekt is, wordt de arm uit het water gehaald. De elleboog en bovenarm komen het eerst uit het water dan de onderarm en als laatste de hand. De beweging van de uithaalfase lijkt op de beweging als je je hand uit je broekzak haalt.




Overhaalfase

Het overhalen moet met gebogen arm gebeuren, waarbij de inzet van de beweging in de bovenarm begint, zodat de elleboog het hoogste punt vormt.





Beenslag

De beenslag heeft een overwegend stabiliserende werking op de ligging en draagt slechts in beperkte mate bij aan de stuwing. De beenslag is een soepel op en neer bewegen van beide benen, vlak langs elkaar, waarbij de inzet van de beweging in de heup begint. De afstand tussen de voeten is ongeveer een voetlengte.

Opslag
Bij de opslag is het been gestrekt tot het punt dat de hiel van de voet het wateroppervlak doorbreekt.

Neerslag
Bij het begin van de neerslag wordt het been door de waterdruk in de knie licht gebogen. Daarna strekt het been zich met kracht in het kniegewricht, waardoor onderbeen en voetwreef naar beneden slaan. Bij het eind van de neerslag gaat het bovenbeen weer over in de opslag en het been is weer gestrekt. Vooral door de neerslag krijgt het onderlichaam een hogere ligging en worden storende draaiingen beperkt, zodat het hele lichaam in balans blijft. Door de neerslag wordt ook enige stuwing verkregen.





Combinatie

De meest voorkomende combinatie van de arm- en beenbeweging in de hedendaagse borstcrawl is de 2:6. Dit wil zeggen dat tijdens de beide armslagen de benen elkaar 6 maal kruisen.


Ademhaling

De inademing vindt plaats als de armen in elkaars verlengde zijn. In de praktijk betekent dit bij links ademhalen: hoofd naar links draaien als de rechterarm in de steunfase en de linkerarm bij de heup is.
Bij het inademen blijft een deel van het hoofd in het water om de boeggolf in stand te houden.

Bij de grootste opening van de armen, wordt het hoofd om de lengte-as gedraaid zodat in het boegdal dus eigenlijk ‘onder’ de waterspiegel, ingeademd kan worden.